Van oudsher wordt er in de overheidsfinanciën op een geheel eigen wijze met het belastinggeld van burgers en bedrijven omgesprongen. In elke andere sector zou een organisatie met een dergelijk financieel management failliet gaan. Er wordt begroot, uitgegeven, bezuinigd, lasten verlicht, meevallers herbesteed, kortingen gegeven, heffingen geheven, budgetten opgemaakt en …. verkiezingscadeaus uitgedeeld. Tegelijkertijd is bij veel uitgaven onduidelijk wat het precies oplevert: materieel en immaterieel. Elk wet, maatregel en uitgave moet daarom voorzien worden van een paragraaf over financieel en maatschappelijk rendement, incl. geplande tussenevaluaties. Daarnaast is het tijd voor agile government: zoveel mogelijk toegevoegde waarde leveren met zo min mogelijk inspanning conform prioriteiten van de stakeholders. Meevallers? Dan opnieuw prioriteren, of teruggeven. 

Bezuinigen: dus het kon sowieso voor minder?

Het bijzondere aan bezuinigen is dat een regeringscoalitie plannen maakt of geld uitgeeft aan vaste kosten, om vervolgens te zeggen dat een deel van dat geld wel wat minder kan. Als dat geld dan kennelijk niet nodig is, waarom is die uitgave dan niet eerder bijgesteld naar omlaag? En als het geld wel nodig is, wat komt er dan niet terecht van de doelstellingen van dat geld? Vanuit de aanname dat het oorspronkelijke plan en budget goed onderbouwd waren, betekent minder geld namelijk minder resultaten of resultaten van een lagere kwaliteit.

Veel te onduidelijk wat het kost en oplevert

Het is veel te onduidelijk wat het oplevert. De Rekenkamer over de afgelopen 5 jaar: “Het is niet duidelijk wat de precieze gevolgen, opbrengsten en consequenties zijn van de bezuinigingen die tussen 2011 en 2016 door de overheid zijn doorgevoerd, meldt de Algemene Rekenkamer maandag (3 oktober). … welke prijs burgers en bedrijven bedrijven hiervoor betaalden is volgens het onafhankelijke orgaan dat de overheidsuitgaven controleert niet duidelijk. … Het kabinet zou daarom alsnog onderzoek moeten doen naar de financiële en maatschappelijke gevolgen van de belangrijkste bezuinigingen en lastenverzwaringen van de laatste jaren, aldus de Rekenkamer in het rapport. Het is wel aannemelijk dat de in totaal 486 maatregelen die door de afgelopen drie kabinetten zijn uitgevoerd, hebben bijgedragen aan een verbetering van de overheidsfinanciën. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) verbeterde het begrotingstekort van 4,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2011 naar een tekort van 1,4 procent dit jaar. Ook de staatsschuld liep de afgelopen jaren gestaag terug. De kabinetten-Rutte hebben nooit bijgehouden wat het effect van al die honderden maatregelen is geweest. (vrij naar Nu.nl).

Er zijn veel doelen te bedenken voor het bestede geld en het is zonde geld uit te geven als je niet weet wat het effect is per maatregel. En dit betekent ook dat er niet bijgestuurd kan worden. Daar is immers geen aanleiding voor; tenzij er uit de maatschappij een alarmbel klinkt die zelfs in de Tweede Kamer te horen is. Elk wet, maatregel en uitgave moet daarom voorzien worden van een paragraaf over financieel en maatschappelijk rendement, incl. geplande tussenevaluaties.

Toeslagen, kortingen, lastenverlichting, koopkracht herstel e.d.

Ook hier geldt dat er aan een secundaire knoppen wordt gedraaid om effecten van beleid bij te stellen. Er is nagedacht over maatregelen, belastingschalen en bezuinigingsoperaties. Die hebben het effect, maar vervolgens moet dat effect weer verminderd worden. Men zou denken dat de maatregel wordt aangepast, maar dat is dan kennelijk te lastig. En op dit soort mechanismen is een belastingstelsel gebouwd dat nauwelijks te versimpelen valt. Ons voorstel is om overnieuw te beginnen.

Vervreemding bij overheidsgeld

Marx bedoelde met vervreemding iets anders, maar wat ruimer geformuleerd is er met overheidsgeld toch sprake van vervreemding. Een belangrijke issue met overheidsgeld is namelijk dat het voor een aantal spelers een soort Monopolie geld is. Het uitgeven van overheidsgeld is een ander type handeling dan de zorgvuldige manier waarop de eigen boodschappen worden gedaan.  Budgetpotjes worden daarnaast zorgvuldig gescheiden gehouden, zodat iemand die een te dure leverancier inschakelt voor een project in de erfgoedsector niet hoeft te voelen dat er daardoor minder geld is voor invaliden in de thuiszorg. Wat ons betreft zullen we moeten beginnen met het invoeren van vergaande transparantie. Daarmee wordt het aan overheid en burgers duidelijk waar het geld aan is besteed en wat het heeft opgeleverd. Daarna volgt vanzelf de discussie of het de volgende keer niet beter kan.

Budgetten, fte’s en andere instrumenten

Een ander aandachtspunt is het werken met budgetten, fte’s, potjes e.d. Zo kan het gebeuren dat gemeenten uit het zorgbudget geld overhouden, en dat dat geld dan in de algemene pot verdwijnt. Argumentatie: we hebben geen apart potje dat we over hebben van dit zorggeld. Er wordt dus 1) geld overgemaakt op basis van een inschatting die veel te ruim kan zijn, 2) gemeenten hebben niet verplicht potjes per budget, 3) als er geld over is, mag de gemeente het houden. Dit is in de zorg, maar ook bij onderwijs e.a. beleidsterreinen het geval. Ander voorbeeld: er komt bij een overheidsorganisatie een opdracht: minder mensen!  De ‘overheid moet immers kleiner’. De directie, bijvoorbeeld van een justitiële informatiedienst, ontslaat mensen (fte’s), begeleid hen met de overgang naar het zelfstandig ondernemerschap en huurt hen in (want het werk moet gewoon nog worden gedaan). Daarmee is die dienst duurder uit en afhankelijk geworden van externen die ook naar andere opdrachtgevers kunnen gaan. Er wordt hier niet goed met ons belastinggeld omgegaan. Groen Rechts denkt dat hier veel te verbeteren en veel te besparen valt. NB: de betrokken minister was wel blij; hij kon op een persconferentie melden dat de overheid goed op streek is met het verkleinen van de overheid!

Agile government

Agile government is nog in ontwikkeling maar onze definitie is de volgende: zoveel mogelijk toegevoegde waarde leveren met zo min mogelijk inspanning en kosten conform de prioriteiten van de belanghebbenden. Die belanghebbenden zijn burgers, bedrijven en organisaties. De overheid zelf is natuurlijk ook een belanghebbende, maar vooral als organisatie die bijdraagt aan de belangen van de burgers en bedrijven die zij dient.

Concreet betekent dat in de formatie user stories worden opgesteld met de te vormen coalitie. Belangrijk daarbij is dat de verschillende wensen gezamenlijk worden geprioriteerd. Vervolgens worden de plannen uitgevoerd. Als er minder of meer geld beschikbaar komt, dan wordt dat besteed aan de hoogste prioriteiten, tenzij die voldoende hebben. Daarna volgt de rest. NB: vanzelfsprekend gaat een deel van de overheidsgelden naar ‘onderhoud’: verplichtingen die zijn aangegaan voor instituten, subsidies e.a.